Sinds 2 augustus 2022 geldt de Wet Betaald Ouderschapsverlof. Een medewerker die ouderschapsverlof
opneemt, krijgt de eerste negen weken doorbetaald op basis van 70%. De opbouw van verlofuren wordt
in die periode niet beperkt. Dit artikel laat zien hoe je dat in SDB Planning inricht.
1. Wat er nodig is
Voor een juiste registratie en uitbetaling leg je twee dingen vast:
- een diensturensoort op basis van rekencode 16;
- een koppeling van die diensturensoort aan een looncomponent, zodat de uren naar het
salarispakket gaan en de 70% uitbetaald kan worden.
2. Maak de diensturensoort aan
Ga naar Beheer > Tabellen, tabblad Instellingen en stamgegevens, tabel Diensturensoort en
maak met Nieuw de diensturensoort aan met rekencode 16.
Zet de ingangsdatum van de diensturensoort op 2-8-2022. Daarmee kan de code niet eerder gebruikt
worden dan vanaf de datum waarop de wet ingaat.3. Koppel de diensturensoort aan een looncomponent
Kies in dezelfde keuzelijst de tabel Looncomponenten DUS/CAO en koppel de nieuwe diensturensoort aan
het looncomponent waarmee het salarispakket de 70% uitbetaalt.
4. Het verlof registreren
Plan het betaalde ouderschapsverlof met de nieuwe diensturensoort. In het urenmanagement blijft de
opbouw van verlofuren doorlopen; de uren gaan via het looncomponent mee in de export naar het salaris.
De regeling geldt voor de eerste negen weken. Neemt de medewerker daarna nog ouderschapsverlof
op, dan gebruik je daarvoor de gewone, onbetaalde verlofsoort.5. Controleer het resultaat
Controleer bij de eerste medewerker die er gebruik van maakt: staat het verlof met de juiste
diensturensoort in het rooster, loopt de verlofopbouw door in het urenmanagement, en staat het
looncomponent met de juiste uren in de export?