Binnen de DAX variant van InTouch worden slicers gebruikt om eindgebruikers data te laten filteren binnen KPI dashboards en Power BI rapport pagina's. Via de pagina Slicer Ontwerp kun je nieuwe slicers aanmaken en bestaande slicers beheren.
Na het lezen van dit artikel weet je:
- Hoe een slicer wordt opgebouwd.
- Welke instellingen beschikbaar zijn.
- Hoe je meerdere slicerniveaus gebruikt.
- Hoe je een slicer toont op een pagina.
- Hoe je de inrichting controleert met validatie.
Wat is een slicer?
Een slicer is een filterelement waarmee gebruikers gegevens kunnen selecteren en verfijnen binnen een KPI dashboard of rapportpagina. Standaard worden deze rechts in het scherm van InTouch weergegeven.
Veel voorkomende voorbeelden zijn:
- Organisatie/Kostenplaats
- Periode
- Functie
- Grootboek
De definities van deze slicers worden direct gebaseerd op het onderliggende Tabular model.
De pagina Slicer Ontwerp
Via de pagina Slicer Ontwerp (rol: Model Builder) kunnen nieuwe slicers worden aangemaakt en bestaande slicers worden aangepast. De pagina bestaat uit:
- Een overzicht van alle beschikbare slicers en de mogelijkheid om nieuwe slicers aan te maken
- Een scherm met de eigenschappen van de geselecteerde slicer.
- Een preview
Een nieuwe slicer bouwen
Casus: je wilt een Functie slicer toevoegen aan het KPI dashboard HR-adviseur. Hiervoor richt je een nieuwe slicer in. Klik op (Nieuwe Slicer) onder "Algemeen" en vul de velden als volgt (en pas aan voor de situatie die van toepassing is):
- Gebied: Algemeen - De slicer wordt ondergebracht binnen het algemene beheergebied.
- UniverseleEntiteit: Algemeen.Functie - Als je hier niets passends vindt, kies dan Algemeen.Algemeen
- Code: FUNCTIE - Unieke technische code van de slicer.
- Naam: Functie - Naam die zichtbaar wordt voor beheerders en eindgebruikers.
- Slicer Sortering: 3 - Bepaalt de positie van de slicer ten opzichte van andere slicers.
- Slicer Brontabel: HRM - Functie.Functiegroepering - Bronhiërarchie waarop de slicer is gebaseerd. Je kunt ook een los attribuut kiezen.
- Slicer Filter: Leeg - Er wordt geen aanvullende DAX-filterlogica toegepast.
- Data autorisatie slicer: Nee - De slicer wordt niet gebruikt binnen data-autorisatie. Dit geldt alleen voor de Organisatie/Kostenplaats slicer.
- Gekoppelde Periode vrijgave: Leeg - Alleen van toepassing bij periodeslicers.
- DAX Slicer: Ja - Geeft aan dat de slicer onderdeel is van de DAX-inrichting
Sla op en zoek je nieuwe slicer vervolgens op. Het kan zijn dat je de pagina moet verversen. Ga daarna verder met het vullen van de rechterkant van je scherm:
- Toplevel Label: Functie - Naam van het hoogste niveau dat zichtbaar wordt in de slicer.
- Functiegroep: Actief - Eerste niveau van de hiërarchie waarop gebruikers kunnen filteren.
- Functie: Actief - Tweede niveau van de hiërarchie waarop gebruikers verder kunnen inzoomen.
- Functiegroep (sleutel): Functiegroep - Sleutelveld dat wordt gebruikt om de unieke functiegroepen vanuit het semantische model op te halen.
- Functie (sleutel): Functie_okey - Sleutelveld dat wordt gebruikt om iedere functie uniek te identificeren binnen het semantische model.
Het resultaat is dan als volgt. inclusief preview:
De slicer toevoegen aan een Dataset
Het aanmaken van de slicer is de eerste stap. Om de slicer daadwerkelijk zichtbaar te maken voor eindgebruikers moet deze gekoppeld worden aan een dataset. Via de dataset bepaal je namelijk welke slicers beschikbaar zijn op een pagina. Bij het openen van een dashboard worden deze slicers realtime opgebouwd vanuit het semantische model.
Open de pagina Dataset Ontwerp en selecteer de dataset waarop je de nieuwe functieslicer wilt tonen. Voeg in het onderdeel Slicers een nieuw item toe en selecteer de eerder aangemaakte slicer Functie. Je kunt hier kiezen of de slicer zich als multiselect moet gedragen of niet.
Het resultaat voor de eindgebruikers is als volgt:
Handig om te weten
Sleutelvelden vormen de technische koppeling tussen de slicer en het semantische model. De slicer toont uiteindelijk labels zoals Verzorgende IG of Wijkverpleegkundige, maar onder water wordt gefilterd op een unieke sleutel. Hierdoor blijven filters correct werken, ook wanneer omschrijvingen wijzigen of meerdere items dezelfde naam hebben.
Standaard klapt InTouch de eerste twee slicers open. Wil je dat aanpassen en bijvoorbeeld je derde slicer ook standaard opengeklapt tonen? Ga dan naar Kenmerk > Kenmerk Waarde en zoek de "Filter uitgevouwen maximum" entry op en pas deze, in het geval van de derde slicer, aan naar 3: